Verbazing

Ik verbaas me er al enige tijd over, wat geld volgens mij met mensen doet, wat heel veel geld met mensen doet. The usual suspect van dit moment is natuurlijk Bill Gates. Zijn wijlen zakenpartner Paul Allen heb ik jaren geleden al eens over geschreven in het kader van intellectueel eigendom, nu neem Bill als voorbeeld te nemen van de maatschappelijke en psychologische principes die volgens mij spelen.

Observatie

Het was ergens in 1998 volgens mij dat ik voor World Online naar een meeting mocht van Microsoft in Seattle. De top 1500 klanten wereldwijd waren daar voor uitgenodigd. Steve Ballmer deed toen de belangrijke presentatie die overigens begon met een BSOD, het ergste wat hem kon gebeuren, hilariteit in de zaal, stoom uit zijn oren. Bill Gates deed al niet zoveel meer op de bühne. In de pauze was er opeens rumoer, naar bleek omdat de laatste zich op de roltrap bevond en iedereen een poging deed hem te zien. Ik vond dat toen al een raar fenomeen.

Opgedrongen zelfbeeld

Eckart Tolle heeft in zijn boek ‘Een Nieuwe Aarde’ een goede passage gewijd aan wat beroemd zijn met je doet. In mijn vrije uitleg komt het er op neer dat door het (opgedrongen) collectieve beeld een gezond en evenwichtig zelfbeeld steeds meer ontbreekt. Als iedereen maar vaak genoeg tegen je zegt dat je briljant, slim, goed, bijzonder, vul maar in bent dan moet je van goede huize komen om dat niet ook zelf te gaan geloven. De grootte van de groep maakt de druk daarvan groter.

De nar

Daarnaast speelt er nog een verwant principe volgens mij. Beroemde en succesvolle mensen worden steeds minder tegengesproken en daaraan gekoppeld, tegenspraak wordt steeds minder geduld. Te veel tegenspraak in een organisatiecontext bijvoorbeeld en je wordt ontslagen, ik heb het vaak gezien en helaas ook zelf meegemaakt. Vroeger was de nar ervoor nodig om met grappen tegen de koning zeggen wat niemand anders durfde te zeggen. De nar is al jaren verdwenen en daarmee het laatste restje ander geluid ook.

Onderzoek

Uit onderzoek van onder andere Insead blijkt dat tevens in de hogere echelons van de samenleving er redelijk wat psychopathie lijkt voor te komen, zeker in de meer op competitie gerichte orgsisaties. Daarnaast blijkt uit onderzoek tevens dat mensen die hoger op de sociale ladder staan eerder onethisch gedrag vertonen, omdat men er recht op heeft.

Attributie

Naast de bovenstaande onderzoeken zijn er ook psychologische modellen die wat mij betreft duiding geven aan wat maakt dat rijkdom en macht zo’n bijzonder effect hebben. Een wat mij betreft interessante theorie in de psychologie is de atrributie theorie. In de basis gaat het er over wat je aan jezelf toekent. Een bekend voorbeeld is dat als iets goed gaat het door jou komt en als iets fout gaat het aan externe factoren ligt, zo zijn er nog een paar varianten.

Mijn stelling is dat met het toenemen van een positie op de sociale ladder dit principe steeds sterker gaat gelden. Een belangrijke kanttekening is dat het grote publiek hier ook iets in doet. Dat vindt keurig opgevoed door neo-liberale paradigma’s vaak dat als iemand heel rijk is geworden, het dan toch ook zo moet zijn dat hij of zij het heel goed gedaan heeft, toch? De factor geluk, of eigenlijk de factor leven, die in mijn beleving altijd en overal sterk aanwezig is, lijkt er dan niet meer te zijn, het is hard werken en slim of zakelijk zijn, het liefst allemaal tegelijk. Dit terwijl een van de meest elementaire feiten van het leven, je geboorte, puur geluk is, evenals je geboorteplek en zo nog wat zaken, nog afgezien van het non dualistische perspectief waar ik zo op terugkom.

Superioriteit

In het voorbeeld van de gesjeesde student Bill Gates is er bij mij de indruk ontstaan, mede door de bovenstaande processen, dat hij gelooft dat hij het beter weet dan een heleboel anderen. Als je het dertig jaar goed doet dan is het geen geluk, toch? Let wel, het gaat hier niet alleen over Bill Gates, hij is slechts een (te?) makkelijk voorbeeld. Jeff Bezos, George Soros, vul maar een naam in van een van de vele miljardairs die de wereld rijk is maar in, je ziet overal vergelijkbare patronen.

Relativering?

Feit is dat een gezonde blik op de realiteit en op verhoudingen wat mij betreft in een dergelijke positie zoek zijn. Een grappige term hierbij is reality distortion field, het veld waarin alleen de eigen werkelijkheid nog maar bestaat en alles zo vervormd wordt dat het alsnog past. Veel geld geeft dan ook nog de gelegenheid om steeds meer afhankelijkheid te creëren en steeds meer macht te verwerven.

Ethiek 1

Ik kom dan op het meer ethische en morele punt hoeveel geld genoeg is. Hier gaan we nooit uitkomen met sommigen maar ik geef een rekenvoorbeeld voor de beeldvorming. Als je een vermogen hebt van 100 miljard (zoals) en je geeft 99,9% weg dan houdt je nog steeds 100 miljoen over. Lijkt mij meer dan genoeg om van te leven. Bij een rente of rendement van slechts 1% en een dus gelijkblijvend vermogen kun je alleen al van de rente 1 miljoen uitgeven, per jaar. Er zijn dagen dat me dat niet lukt….

Ethiek 2

Het tweede ethische en morele punt gaat voor mij over de invloed en macht die er met het geld gerealiseerd wordt. Vanuit een vermeend beter weten en financiële machtspositie worden er eigen agenda’s uitgevoerd, niet alleen door Bill Gates. Iets dat in mijn optiek bij uitstek een gemeenschapstaak is. Veel voorheen onafhankelijke partijen komen aan het financiële infuus te liggen en de hoe het dan gaat is over het algemeen wel duidelijk. Het cruciale punt voor mij is wat maakt dat iemand denkt het beter te weten dan een heleboel anderen? Slechts zelden is dat werkelijk het geval en zelfs dan kun je je afvragen of er niet eigenlijk een goede dialoog met een bredere groep zou moeten zijn. Jezelf niet groter voorhouden, maken en houden dan een ander is de verloren kunst die ik zie bij veel rijkdom en macht.

Wij?

Wij moeten ook de hand in eigen boezem steken want we houden de macht zelf deels in stand. Door de waarde die we toekennen aan geld en de waarde die we toekennen aan succes en de mate waarin iemand daar zelf voor verantwoordelijk is. Maar ook door het gebrek aan lef om het samen anders te eisen.

Non dualisme

Nog even terugkerend op de attributietheorie. Het is goed model om vanuit een dualistisch perspectief, een ik en de ander perspectief, naar dit soort materie te kijken. Vanuit een non-duaal, geen twee, alles is één perspectief is het bijna hilarisch. Die ikjes waaraan zoveel waarde wordt gehecht en waaraan van alles wordt toegekend zijn mentale constructen en niet echt, of je nou beroemd bent of niet. Het leven leeft namelijk, en alles wat onze mind doet is daar verhaaltjes van maken nadat het al lang is gebeurd. Echt zelf doen we niets, dat denken we alleen maar. We kunnen dus al die verhaaltjes van inzet, succes  en maakbaarheid zo de prullenbak ingooien, heerlijk relativerend vind ik dat.

Einde gekte

Als we dat veel meer zouden zien en ervaren dan zou aan al deze gekte heel snel een eind komen. Ik kan niet wachten.