Reflectie

De meteorologische winter is net begonnen, we bewegen ons langzaam naar de kerstdagen. Onlangs hadden we, passend voor deze meer naar binnen gerichte periode van het jaar, met een groep een reflectieweek gepland in de Vogezen. Helaas kon ik door omstandigheden als organisator zelf niet mee maar ook ik heb die week mijn tijd genomen om te reflecteren.

In mijn eigen persoonlijke reflectie kwam het belang van relativeren bij mij nog een keer naar voren. Ik heb eens op een rijtje gezet wat mij helpt om te relativeren.

Tijd

Het begint allemaal bij tijd, tijd om te reflecteren. Het is in deze reflectietijd waarin de opening om te relativeren ontstaat.

Anderen

Op de tweede plaats is het belangrijk om anderen te hebben die met je mee kijken, om te kunnen zien wat jij zelf door eenblokkade of blinde vlek zelf niet kan zien. Het liefst zijn het mensen die geen behoefte voelen je te willen pleasen. Ik heb het in dit kader al eerder gehad over wat ik een onafhankelijke feedbackloop noem. 

Leven leeft

Het perspectief dat mij daarna altijd heel erg helpt is het besef dat het leven leeft. Daar is helemaal niets persoonlijks aan. Wij eigenen het ons graag toe en we hebben er allerlei gedachten over maar uiteindelijk gaan we er volgens mij niet over. Dit perspectief helpt mij onder andere bij het doorbreken van de illusie dat ik dingen kan controleren. Ik kan zo bewust mogelijk overal bij aanwezig zijn meer niet. Het betekent voor mij overigens niet dat ik stil ga zitten en maar toekijk hoe dingen mislopen maar dat ik me blijf inspannen in de wetenschap dat ik geen enkele controle heb over de uitkomst. Stilzitten heb ik van gemerkt dat het voor mij niet werkt, er is beweging nodig wat mij betreft.

Gedachten komen en gaan

Hier aan gerelateerd zijn voor mij nog een paar relativeringen. Bijvoorbeeld dat ik mijn gedachten niet ben. Ik heb ze wel, sterker nog, veel meer dan me soms lief is, maar ik ben ze niet. Ze komen voorbij, soms zinnig, soms volstrekt absurd, soms als gevolg van een andere gedachte, soms out of the blue, meestal out of the blue. Ze zijn er veel, behalve als ik droomloos slaap, maar uiteindelijk zijn ze maar heel relatief. Ik heb te vaak ervaren dat wat ik van iets, iemand of een situatie denk soms een behoorlijke bijstelling nodig heeft. Het helpt mij in ieder geval om ze af en toe van een afstandje te bekijken en me er niet te veel mee te identificeren.

Emoties komen en gaan

Hetzelfde geldt eigenlijk voor emoties, ik heb ze wel, sterker nog, ook die heb ik soms veel meer dan me lief is. Ik ben ze echter niet. Ze komen, soms heftig, soms fijn, soms langer, soms korter maar uiteindelijk gaan ze ook weer. Ik heb geleerd dat hoe meer ze er gewoon mogen zijn, hoe minder ik ze weg stop of me er tegen verzet hoe makkelijker en soepeler ze bewegen en weer verdwijnen. Ik was vaak banger voor het beeld dat ik van de emotie had dan dat de emotie zelf daadwerkelijk was als ik hem had doorvoeld.

Ik ga niet over anderen

De relativering die mij ook heeft geholpen is dat ik ook niet ga over wat anderen van mij denken. Ik ga zelf al niet eens volledig over mijn eigen gedachten zoals ik hierboven al aangaf, laat staan over die van anderen. Deze realisatie zegt niet dat ik geen gedachtes heb over wat anderen van mij vinden of denken maar het maakt wel dat ik altijd weer terug kan naar mijzelf en mijn eigen kompas. Ik stel mijzelf daartoe altijd een aantal vragen. Heb ik mijn best gedaan? Hoe staat het met mijn projecties? Wat wil er volgens mij duidelijk worden? Welke leerervaring is er? Het is ook zeker niet zo dat ik geen fouten maak en ook hier helpt het wel om anderen mee te laten kijken maar mijn eigen basis blijft.

Grondtoon

Het is die basis die ik ook vaak opzoek. Het is mijn belangrijkste coping mechanisme, geworden moet ik erbij zeggen. In alle stormen en stormpjes die er zijn in mijn leven ga ik tegenwoordig eerst terug naar mijn adem. Ik haal rustig en diep adem vanuit mijn buik en verkeer zo een poosje in deze inzettende stilte en rust. Belangrijk voor mij is daarbij dat alles wat ik voel en ervaar er helemaal laat zijn. Zoals gezegd bij de emoties, ze komen en gaan toch wel. Als ik ze ontken of wegstop kom ik ze later hoe dan ook en vaak een stuk minder prettig toch wel weer tegen, been there done that. Ik maak vanuit deze daarna ontstane rust en stilte verbinding met wat ik de grondtoon noem, maar eigenlijk is het andersom, ik geeft de grondtoon de ruimte om verbinding met mij te maken. De grondtoon is er namelijk altijd en daarin is altijd alles goed, dat is tenminste hoe ik het ervaar. Op die plek valt alles wat niet wezenlijk is weg en dat is iedere keer tot nu toe meer dan ik verwacht en het brengt veel relativering.

Ultieme

Soms heb ik in deze rust een glimp van wat volgens mij de ultieme relativering is, het volledig realiseren dat er geen ik is, dat het hele mentale construct ik precies dat is, een construct en daarmee een illusie. Totdat dat beeld permanent is is het wat mij betreft onverstandig om daarnaar te leven, het zou een ultieme dissociatie zijn en voorbijgaan aan de menselijke behoeften die ook ik heb. En toch helpt ook dit perspectief met enige regelmaat om te relativeren, het allemaal net wat minder groot en overweldigend te maken.

Tot slot

Alles is relatief, ook dit stukje dus, Aloha Mahalo!

Raymond